Mijn visie

Iedereen kan leren rekenen! Door het creëren van een stevige en fundamentele basis, wordt het aantal leerlingen met rekenproblematieken verkleind. Daarbij is het preventief werken van belang. Kijk elke les naar de onderwijsbehoeftes van de leerlingen en zet daar waar nodig met de leerlingen een stapje terug of juist vooruit in de leerlijn of in het handelingsmodel. Dit kan door te werken met checkmomenten. Materialen zoals wisbordjes zijn ideaal om snel te overzien waar de leerlingen staan. Als het goed ingezet wordt, overzie je meteen wie behoefte hebben aan een verlengde instructie. De leerlingen die een bepaald doel al beheersen, hoeven natuurlijk geen volledige instructie te volgen. Zij hebben behoefte aan extra uitdaging. De onderwijsbehoeftes verschillen per lesdoel. Daarom ben ik ook geen voorstander van vaste niveaugroepen. De leerlingen moeten zich elke dag kunnen bewijzen en er moeten hoge verwachtingen blijven. Een ”growth mindset” is daarbij onmisbaar. Elke dag krijgen de leerlingen gelijke kansen! Zo kan de leerkracht met alle leerlingen werken aan de zone van naaste ontwikkeling.

Voor inoefening van strategieën en voor het automatiseren / memoriseren van bewerkingen is het werken volgens de normen van het traditionele onderwijs prima. Maar in je omgeving bieden sommen zich nooit kant-en-klaar aan. Kinderen moeten niet alleen strategieën inoefenen en bewerkingen automatiseren / memoriseren, maar ze moeten hier ook iets mee kunnen in de maatschappij. Goed rekenonderwijs komt het beste tot uiting bij een combinatie van het traditionele onderwijs en het realistisch rekenonderwijs! Om tot functionele gecijferdheid te komen, moeten de stappen van het hoofdfasemodel doorlopen worden (Notten, 2019). Eerst moet er gewerkt worden aan een stevige begripsvorming. Leerlingen kunnen de inhoud pas begrijpen als ze weten hoe het in elkaar zit, waar het vandaan komt en wat ze er mee kunnen. Hiervoor is een realistische context nodig. Vervolgens moet er gewerkt worden aan de ontwikkeling van oplossingsprocedures. Daarbij ben ik voorstander van instructies via het expliciete directe instructiemodel (Schmeier, 2020). Na een kort, maar krachtige modelinstructie gaan de leerlingen het lesdoel samen toepassen om het tot slot alleen te kunnen. ‘’Samen leren om het zelf te doen’’. Wanneer de oplossingsprocedures beheerst zijn, moet gewerkt worden aan een stevige automatiseringsbasis. Tijdens deze fases komen ook de normen van het traditionele rekenen om de hoek kijken. Inoefenen hoeft niet alleen op realistische wijze. Het maken van rijtjes sommen is hierbij zeker van belang. Tot slot moeten de geleerde oplossingsprocedures ook weer in context flexibel toegepast kunnen worden.

Omdat we in het basisonderwijs met jonge kinderen werken, vind ik het bewegend en spelend leren van belang. Kinderen moeten hun energie tussentijds kwijt kunnen en we mogen niet langer meer verwachten dat de leerlingen alleen maar informatie te horen krijgen en ze dit moeten verwerken op papier. Het leerproces is meer dan dat. Het bewegend en het spelend leren is ideaal toe te passen bij zowel de begripsvorming, het automatiseerproces en voor het flexibel leren toe te passen. Start met een theatervorm, ren op en neer met antwoorden, ga joggend flitsen, gooi richting getallen, stuiter met een bal terwijl je sommen inoefent, noem maar op… Bewegen versterkt de botten en de spieren en het verbetert de fitheid, coördinatie en motoriek (Beck, 2020). Bewegen en / of buiten zijn, heeft een positieve invloed op het emotionele welbevinden van de kinderen (Beck, 2020). En het welbevinden heeft weer een cruciale rol in het leerproces (Notten, 2019). Bewegend en spelend leren is dus goed voor het lichaam, goed voor het welbevinden, goed voor de onderwijsprestaties en het is ook gewoon leuk om te doen!

Bronnen

  • Mieras, M. (2018). Buitentijd = leertijd. Geraadpleegd op 18 juni 2020: https://www.mieras.nl/schrijven/buitentijd-leertijd/
  • Notten, C. (2019). Leren rekenen. Werken met de modellen uit het Protocol ERWD. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
  • Schmeier, M. (2020). Expliciete directe instructie. Tips en technieken voor een goede les. Huizen: Uitgeverij Pica.
  • Beck, R. (2020). Hoeveel moet een kind bewegen? Geraadpleegd op 27 maart 2020: https://www.allesoversport.nl/artikel/hoeveel-moet-een-kind-bewegen/.